";?>

De loon- en prijsindex

De OVA (GGZ sector)

Sinds 1995 komt de overheidsbijdrage in de arbeidsontwikkeling (OVA) tot stand volgens het zogenaamde post-WAGGS model. In dit model wordt op basis van de loonontwikkelingen in de markt (dus niet langer de gezondheidszorg zelf) een vergoeding voor de initiële loonontwikkeling vastgesteld. Verder is in het model vastgelegd dat de jaarlijkse vergoeding voor de incidentele loonontwikkeling (w.o periodiekverhogingen) 0,75% bedraagt. Daarnaast is een beleidsmatige fase ingelast op grond waarvan partijen aanvullende vergoedingen of kortingen kunnen afspreken. Indien partijen het niet eens worden kan een beroep worden gedaan worden op een onafhankelijke commissie (de commissie van Voorden). Eind 1999 is op basis van een evaluatie het hierboven geschetste model herzien. De beleidsmatige fase is geschrapt, de adviescommissie is verdwenen. Wat over is gebleven is de de vaststelling van de vergoeding voor de initiële loonontwikkeling op basis van CBP-ramingen van de marktgemiddelde loonkostenontwikkeling. De vergoeding voor de incidentele loonontwikkeling is in het regeerakkoord van Paars II vastgelegd en voorziet in een geleidelijke afbouw van 0,75% in 1999 naar 0,60% in 2002. Het regeerakkoord Balkenende haalt daar nog een schepje vanaf: 0,5% moet genoeg zijn.

Loonindex

  initieel incidenteel sociale lasten /overig productiviteits korting OVA
1990 ? ? ? -- 4,61%
1991 2,75% ? ? -- 4,55%
1992 3% ? ? -- 3,35%
1993 3% ? ? -- 4,02%
1994 0% ? ? -- 1,38%
1995 0% 0,75% 0,2% -/- 0,95%
1996 2,29% 0,75% -0,74% -0,70% 1,60%
1997 2,8% 0,75% -0,12% -0,70% 2,73%
1998 3,15% 0,75% 0,07% -- 3,97%
1999 2,81% 0,75% 0,50% -- 4,06%
2000 3,29% 0,70% 0,04% -- 4,03%
2001 4,00% 0,65% -0,03% -- 4,62%
2001 -- -- -- van Rijngelden 1,18%
2002 -- -- -- van Rijngelden 1,11%
2002 ? 0,60% ?   5,25%
2003 ? 0,50% ?   4,03%
2004    1,65%
2005         0,92%
2006       -0,07 ziekte 0,84%
2007       -0,07 ziekte 2,32%

Verantwoording:
Initiële ontwikkeling: VWS antwoord vragen 1e kamer, augustus 2001
(m.u.v. 1996 waarbij het VWS percentage van 2,44 is bijgesteld tot 2,29 op basis informatie nieuwsbrief NVGGZ oktober 1996).
Incidenteel: bron NVGGZ/GGZN. De productiviteitskorting van 1995 (0,5%) kon door de sector opnieuw worden geherinvesteerd in de zorg en is op nul gesteld

Over 2001 in totaal 5,85% verhoging index (100 x 1,0462x1,0118=5,85%)
Over 2002 in totaal 6,26% verhoging index (100 x 1,0525x1,0111=6,42%)

Materiele index

 

Particuliere
consumptie

Nacalculatie jaar t -1

Totaal Materieel
1990     2,50%
1991     3,80%
1992     3,00%
1993     1,80%
1994 2,5% 0,8% 3,31%
1995 1,8% -0,1% 1,70%
1996     1,90%
1997     2,20%
1998 2,05%   2,05%
1999 1,30% -0,13% 1,17%
2000 2,54% 0,60% 3,16%
2001 4,05% 0,34% 4,40%
2002     3,09%
2003     2,81%
2004  0,78%
2005     1,42%
2006     2,47%
2007     1,51%

Bron: CTG-circulaires

De materiele kosten werden in de periode 1990-1996 bepaald conform een door het CBS vastgesteld sectorspecifiek cijfer. De laatste jaren wordt de prijsmutatie van de particuliere consumptie gehanteerd zoals die door Centraal Planbureau wordt geraamd in het Centraal Economisch Plan (CEP).

Het prijsindexcijfer is de optelsom van de raming van de particuliere consumptie in jaar t plus een eventueel verschil in de ramingen van het consumptiecijfer t-1.

Voorbeeld 2001: bijgestelde raming 2,88, dat is dus 0,34 hoger dan in prijsindexcijfer 2000. Raming 2001 4,05%. Index 2001 wordt nu 1,0405 x 1,0034=4,40%

 

email

contact

wie ben ik