De loon- en prijsindex

De OVA (GGZ sector)

De indexering van de personele kosten gebeurt op basis van een percentage dat de overheid vaststelt: de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA). Het Centraal Planbureau berekent het percentage op basis van de CAO's en loonkostenontwikkeling in de markt. Het OVA-percentage is rond de maand juli bekend en wordt met terugwerkende kracht naar 1 januari in de budgetten verrekend. Dit kan tot een inhaaltoeslag leiden.

Loonindex

  initieel incidenteel sociale lasten /overig productiviteits korting OVA
1990 ? ? ? -- 4,61%
1991 2,75% ? ? -- 4,55%
1992 3% ? ? -- 3,35%
1993 3% ? ? -- 4,02%
1994 0% ? ? -- 1,38%
1995 0% 0,75% 0,2% -/- 0,95%
1996 2,29% 0,75% -0,74% -0,70% 1,60%
1997 2,8% 0,75% -0,12% -0,70% 2,73%
1998 3,15% 0,75% 0,07% -- 3,97%
1999 2,81% 0,75% 0,50% -- 4,06%
2000 3,29% 0,70% 0,04% -- 4,03%
2001 4,00% 0,65% -0,03% -- 4,62%
2001 -- -- -- van Rijngelden 1,18%
2002 -- -- -- van Rijngelden 1,11%
2002 ? 0,60% ?   5,25%
2003 ? 0,50% ?   4,03%
2004    1,65%
2005         0,92%
2006       -0,07 ziekte 0,84%
2007       -0,07 ziekte 2,42%
2008         4,07%
2009         3,42%
2010         1,75%
2011         3,11%
2012         1,75%

 

2012 is voorlopig indexcijfer

 

Materiele index

Met ingang van 1998 worden voor zorginstellingen en beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg de materiële kosten en de investeringen in inventaris trendmatig aangepast op basis van het prijsindexcijfer particuliere consumptie uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau. Het definitieve percentage voor een bepaald jaar is rond de maand juli van dat jaar bekend. De indexering wordt met terugwerkende kracht naar 1 januari in de budgetten verwerkt en door een inhaaltoeslag in de tarieven verrekend.

 

Particuliere
consumptie

Nacalculatie jaar t -1

Totaal Materieel
1990     2,50%
1991     3,80%
1992     3,00%
1993     1,80%
1994 2,5% 0,8% 3,31%
1995 1,8% -0,1% 1,70%
1996     1,90%
1997     2,20%
1998 2,05%   2,05%
1999 1,30% -0,13% 1,17%
2000 2,54% 0,60% 3,16%
2001 4,05% 0,34% 4,40%
2002     3,09%
2003     2,81%
2004  0,78%
2005     1,42%
2006     2,47%
2007     1,51%
2008     2,68%
2009     0,87%
2010     -0,31%
2011     1,98%
2012     1,25%

Bron: NZa-circulaires / NZa website

De materiele kosten werden in de periode 1990-1996 bepaald conform een door het CBS vastgesteld sectorspecifiek cijfer. De laatste jaren wordt de prijsmutatie van de particuliere consumptie gehanteerd zoals die door Centraal Planbureau wordt geraamd in het Centraal Economisch Plan (CEP).

Het prijsindexcijfer is de optelsom van de raming van de particuliere consumptie in jaar t plus een eventueel verschil in de ramingen van het consumptiecijfer t-1.

Voorbeeld 2001: bijgestelde raming 2,88, dat is dus 0,34 hoger dan in prijsindexcijfer 2000. Raming 2001 4,05%. Index 2001 wordt nu 1,0405 x 1,0034=4,40%

 

 

email

contact

wie ben ik