home > zorgbeleid > kwaliteit > inspectie IGZ
Rapportages over kwaliteit van zorg in de ggz
- Introductie
- 2005
- 2004
- 2003
- 2002
- 2001 -
Introductie
Op deze pagina zoomen we in op specifielke rapprotages over de geleverde kwaliteit van zorg binnen de ggz. Zie ook de aparte pagina's over ouderen en forensische zorg.
Documenten
- Inspectierapport Complexe gedragsstoornissen bij mensen met een ernstig verstandelijke gehandicap, IGZ, maart 2005.
Complexe gedragsstoornissen. Meer specialistische zorg voor ernstig verstandelijk gehandicapten.
De geestelijke gezondheidszorg voor ernstig verstandelijk gehandicapten schiet tekort, aldus een onderzoek van de inspectie. De zorgverleners kunnen, ondanks hun zorg en betrokkenheid, onvoldoende specialistische zorg bieden. Er is vooral een tekort aan psychiaters. Zware gedragsstoornissen worden voornamelijk met medicijnen - psychofarmaca - behandeld.
Ongeveer 30.000 mensen met een verstandelijke handicap wonen in een instelling. Daarvan lijdt 20 procent aan zware gedragsstoornissen, die zich kunnen uiten in heftige agressie of zelfverwonding of stoornissen die onopgemerkt verlopen, zoals autisme. De zorg voor deze mensen is intensief en complex, maar de instellingen zijn onvoldoende ingesteld om verantwoorde specialistische zorg te leveren.De inspectie vindt dat de verschillende beroepsgroepen beter met elkaar moeten communiceren, er meer onderzoek nodig is naar de behandeling van complexe gedragsstoornissen en dat deze kwetsbare groep mensen vaker in kleinschalige woningen moeten worden gehuisvest om de complexe gedragsstoornissen beter te behandelen.
- Inspectierapport De somatische zorg in de GGZ wordt beter maar schie in de separeerkamers tekort, IGZ, oktober 2004.
De somatische zorg in de GGZ wordt beter, maar schiet in de separeerkamers tekort (oktober 2004)
Sinds het onderzoek naar de somatische zorg in APZ'en in 1999 is er veel veranderd. In de afgelopen jaren heeft een proces van fusie van instellingen (intramuraal en extramuraal), deconcentratie en herallocatie plaatsgevonden waardoor grote geïntegreerde GGZ-instellingen zijn ontstaan. Dit heeft consequenties gehad voor de organisatie van de zorg. - Standpunt VWS op rapport Inspectie over ketenzorg, VWS, februari 2004.
Standpunt op het rapport “Staat van de gezondheidszorg 2003, ketenzorg bij chronisch zieken” van de Inspectie voor de Gezondheidszorg.
- Rapport Inspectie Staat van de Gezondheidszorg 2003, IGZ, september 2003.
voor deze Staat van de Gezondheidszorg 2003 zijn drie deelonderzoeken uitgevoerd. De inspectie heeft zelf onderzocht hoe ketenzorg tot stand is gekomen bij de zorg voor mensen met chronisch hartfalen, en voor de zogenoemde 'zorgwekkende zorgmijders'. Bij het laatste rapport is ook het Trimbos-instituut betrokken. Daarnaast is naar ketenzorg voor de vijftien geselecteerde chronische aandoeningen een uitgebreide achtergrondstudie uitgevoerd door het RIVM en het NIVEL
- Bijlage Staat van de zorg 2003: Onderzoek naar ketenzorg bij chronisch hartfalen, IGZ, september 2003.
- Bijlage Staat van de zorg 2003: Van overlastbestrijding naar bemoeizorg, IGZ, september 2003.
Een onderzoek naar de kwaliteit van de ketenzorg voor zorgwekkende zorgmijders
- Bijlage Staat van de zorg 2003: RIVM / NIVEL : Afstemming in de zorg, IGZ, september 2003.
- IGZ Staat van de Gezondheidszorg, Kwaliteitsborging in zorginstellingen: intentie, wet en praktijk, IGZ, december 2002.
- Rapport Inspectie over Kwaliteit Kinder- en jeugdpsychiatrie, IGZ, februari 2002.
In 2001 is bij zeven klinieken voor kinder- en jeugdpsychiatrie een breed opgezet toezichtbezoek uitgevoerd. Het thema was de kwaliteit van zorg, waarbij ook de rechtspositie van kinderen en jeugdigen aan de orde is geweest. De bevindingen leiden tot de conclusie dat de zorg in de kinder- en jeugdpsychiatrie nog niet voldoende is georganiseerd conform de eisen die in de Kwaliteitswet zorginstellingen worden gesteld:
(1) De patiëntgerichtheid van de zorg is niet geborgd op basis van zorgvraaganalyses.
(2) De doeltreffendheid van de zorg wordt niet onderzocht op basis van kwaliteitssystemen die een periodieke en systematische verzameling en registratie van gegevens waarborgen betreffende de aard, duur en resultaten van de behandeling.
(3) De doelmatigheid van de (organisatie) van de zorg – de wijze waarop de capaciteit wordt benut en de middelen worden aangewend om het beleid vorm te geven - laat te wensen over.
(4) De patiëntgerichtheid bij de uitvoering van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen is niet goed geregeld.
(5) De medezeggenschap van kinderen, jeugdigen en ouders laat sterk te wensen over.
- Rapport Inspectie over Kwaliteitszorg in instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, IGZ, mei 2001.
Op basis van de bevindingen bij algemeen-toezichtbezoeken aan zeven organisaties voor geestelijke gezondheidszorg heeft de Inspectie geconstateerd dat in de instellingen een aantal vergelijkbare processen en knelpunten optreden, die aanleiding geven tot een signalerende rapportage. Deze processen en knelpunten worden in deze rapportage aan de hand van een drietal thema’s nader uitgewerkt. De thema’s zijn (a) fusieprocessen, (b) kwaliteitsontwikkelingen en (c) de rol van de patiënten/cliënten in relatie tot de zorgaanbieders en zorgverzekeraars.
Veel instellingen blijken in aanzienlijke mate nog niet te voldoen aan de eisen die in weten regelgeving gesteld worden, waaronder de Kwaliteitswet zorginstellingen en de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen. Gezien de verminderde regelgeving is dit een opmerkelijke constatering. De randvoorwaarden voor verantwoorde zorg zoals die in de Kwaliteitswet zorginstellingen omschreven staan, blijken op een aantal onderdelen slechts ten dele tot stand te zijn gekomen. - Rapport Inspectie over Kwaliteitsontwikkeling in RIBW'en, IGZ, september 2000.
De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft in 1998 en 1999 een landelijk algemeen toezichtsonderzoek verricht bij 27 regionale instellingen voor beschermende woonvormen (RIBW’s), verspreid door het land. Samenvattend kan gesteld worden dat de bezochte RIBW’s verantwoorde zorg verlenen.
- Rapport Inspectie over geneesmiddelendistributie en farmacotherapie in APZ'en, IGZ, juli 2000.
In het algemeen blijkt in APZ'en nog geen goed uitgewerkt en voldoende borgend kwaliteitssysteem ten behoeve van geneesmiddelendistributie en farmacotherapie te bestaan. Wel zijn diverse activiteiten gaande. Uitwerking van het beleid in een beleidsplan en ontwikkeling van een veldnorm wordt aanbevolen.
- Inspectierapport Somatische zorg APZ'en, IGZ, januari 1999.
In dit onderzoek staat de kwaliteitsborging van de huisartsenzorg in de GGZ centraal. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de ketenkwaliteit, de keten zoals gevormd door de huisarts in de eerste lijn, de medische disciplines in de GGZ en de somatici in het algemene ziekenhuis.
Er blijkt meer aandacht nodig te zijn voor de somatische zorg voor psychiatrische patiënten, voor de registratie van en met inzicht in de co-morbiditeit en voor het gebruik van richtlijnen en protocollen. Bovendien vereist de zorg voor ketenkwaliteit meer en beter overleg tussen de GGZ-hulpverleners, de eerste lijn en het algemeen ziekenhuis.
Uit de onderzoeksbevindingen is duidelijk dat in veel APZ’en nog veel verbeteracties moeten worden ondernomen om in deze conform de kwaliteitswet, de Wet BIG, de WGBO en de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen te handelen. - Rapport Inspectie Dwangbehandeling en dossiervorming, IGZ, januari 1970.
Onderzoek naar de zorgvuldigheid en de volledigheid waarmee in algemeen psychiatrische ziekenhuizen dwangbehandelingen worden verantwoord in het patiëntendossier.
Naleving van de dossierplicht is onvoldoende gebleken. De IGZ adviseert meer aandacht voor dossiervorming, het zorgdragen voor een actuele beleidsnota M&M alsook het opstellen en toepassen van richtlijnen en protocollen terzake M&M.

